Prince en de muziekindustrie: muziek, macht en controle

Prince was veel meer dan de artiest achter Purple Rain. Hij was componist, producer en multi-instrumentalist, maar ook een muzikant die uitzonderlijk fel streed voor zeggenschap over zijn naam, opnamen en creatieve werk.

Zijn conflicten met platenmaatschappijen maakten hem tot een vroeg symbool van een discussie die in het streamingtijdperk alleen maar relevanter is geworden: wie bezit de muziek en wie bepaalt hoe een artiest die mag uitbrengen?

Prince vocht voor controle over zijn muziek en carrière

Prince combineerde pop, funk, rock, soul en R&B. Juist doordat hij zoveel zelf schreef, speelde en produceerde, vond hij controle over zijn werk essentieel.

Het conflict met Warner Bros.

In de jaren negentig botste Prince openlijk met Warner Bros. over onder meer het tempo waarin hij muziek wilde uitbrengen en de zeggenschap over zijn werk. Hij verscheen publiekelijk met het woord slave op zijn gezicht als scherpe aanklacht tegen de verhouding tussen artiest en platenmaatschappij.

Van Prince naar een symbool

In 1993 veranderde hij zijn artiestennaam in het bekende onuitspreekbare Love Symbol. Daardoor werd hij in de media vaak aangeduid als The Artist Formerly Known as Prince. Achter het theatrale gebaar zat een serieus conflict over identiteit, contracten en artistieke vrijheid.

Paisley Park gaf hem een eigen creatieve wereld

Paisley Park in Minnesota bood Prince een omgeving waarin hij kon opnemen, produceren en werken zonder voortdurend afhankelijk te zijn van traditionele studio’s. Het complex paste bij zijn streven naar zelfstandigheid en zijn ongewoon hoge productietempo.

Prince keek kritisch naar internet en streaming

Zijn verhouding met digitale distributie was ingewikkeld. Prince zag mogelijkheden in nieuwe technologie, maar verzette zich tegen systemen waarin artiesten volgens hem onvoldoende controle of vergoeding kregen. Daarmee liep hij vooruit op discussies die later rond streamingdiensten veel groter zouden worden.

De overgang van fysieke muziek naar digitale distributie komt ook terug in ons verhaal over van vinyl naar streaming.

Geen bewijs voor wilde complottheorieën

Rond Prince circuleren online theorieën over geheime systemen, frequenties en zelfs de gedachte dat hij vanwege zijn strijd met de muziekindustrie zou zijn uitgeschakeld. Voor zulke beweringen bestaat geen betrouwbaar bewijs.

Prince overleed op 21 april 2016 op 57-jarige leeftijd. De officiële doodsoorzaak was een accidentele overdosis fentanyl. Zijn aantoonbare strijd met de industrie is interessant genoeg zonder er een geheim genootschap bij te verzinnen.

Zijn muziek klinkt ook in Alle dertien dood tijdens het spookuur, waarin Mike Davis muziek van overleden artiesten opnieuw centraal zet.

Zijn muziek veranderde de jaren 80

Purple Rain, When Doves Cry, 1999 en Kiss laten horen hoe gemakkelijk Prince genres door elkaar liet lopen. Zijn werk hoort daardoor thuis bij zowel rock, funk en soul als de bredere jaren 80 muziek.

Wie verder wil naar de gitaarzijde van zijn werk kan terecht bij Rockmuziek. De dansbare kant sluit juist weer aan bij Dance Classics.

De echte nalatenschap van Prince

Zijn strijd ging uiteindelijk over iets heel concreets: eigendom, creatieve vrijheid en de positie van de artiest tegenover grote bedrijven. Die onderwerpen zijn door streaming, sociale media en digitale distributie alleen maar actueler geworden.

Prince hoeft daarom niet achteraf tot hoofdpersoon van een complottheorie te worden gemaakt. De werkelijkheid is sterker: hij was een wereldster die openlijk weigerde zijn muziek uitsluitend als bezit van een industrie te behandelen.

En ondertussen maakte hij ook nog een stapel platen waar de meeste carrières bleek van wegtrekken. Dat helpt natuurlijk.